Extensiveren biedt perspectief_Koeien&Kansen

Nieuws

Extensivering biedt perspectief

Gepubliceerd op
20 februari 2020

Binnen Koeien & Kansen wordt jaarlijks door alle deelnemende melkveehouders een BedrijfsOntwikkelPlan (BOP) opgesteld. In dit plan stellen ze de (milieu) technische en financiële doelen vast,die zij vervolgens aan einde van het jaar evalueren. Zo ook bij Koeien & Kansen deelnemers Geert en Dineke Stevens, die zich in 2019 richtten op extensivering van hun bedrijfsvoering.

Meer eigen eiwit productie

In 2019 is de grondpositie ingrijpend gewijzigd bij de familie Stevens in Holten. Door grond in de directe omgeving te huren extensiveerden zij hun bedrijfsvoering. Ze gingen 26.000 kilogram melk naar 18.000 kilogram melk per hectare. In het verleden kocht Stevent vaak gras gekocht op stam. De belangrijkste reden van deze extensivering is de deelname aan Planet Proof melkstroom. Het kengetal eigen eiwit (minimaal 50%) is een grote opgave bij 26.000 kg melk per hectare en onmogelijk wanneer er te weinig neerslag valt zoals in 2018 en 2019.

Met de extensivering is het percentage eigen eiwit gestegen van 43% in 2018 naar 56% in 2019. De stijging is vrijwel volledig toe te schrijven aan het verhogen van eiwitproductie op bedrijfsniveau. De gras- en maisopbrengsten per hectare zijn door de droogte wederom laag met 9 ton droge stof gras en 12 ton mais. In beperkte mate draagt ook de verlaging van het ruw eiwit (RE) in het rantsoen bij aan de stijging van het % eigen eiwit. Door scherp te voeren is deze uitgekomen op 154 gr RE t.o.v. 159 in 2018.

Meer ruwvoer minder krachtvoer

Meer eigen ruwvoer heeft consequenties voor de samenstelling van het rantsoen. Het aandeel gras en graskuil is ten opzichte van 2018 gestegen van 43% naar 53%. Deze stijging heeft niet geleid tot een hoger RE in het rantsoen. Want, in de ruwvoerteelt is al geanticipeerd op het hogere aandeel gras en graskuil. Bemesting en maaimoment zijn in 2019 afgestemd om een RE in de eerste snee te realiseren van 165 gram. Alleen viel het maaimoment in een regenperiode, waardoor deze werd uitgesteld tot half mei. In een zware maaisnede van bijna 6 ton zat toen 141 gram RE en 948 VEM.

Met een lager krachtvoer aandeel in het rantsoen en een lager RE-gehalte in het krachtvoer is het gemiddelde RE in het rantsoen op 154 gram uitgekomen. De beoogde stikstofefficiëntie van 30% is niet gerealiseerd. Deze is zelfs een punt gedaald naar 28%. De melkproductie per koe is met 600 kilogram en nagenoeg een gelijkblijvend eiwitpercentage te ver gezakt om de 30% te realiseren.

Gelijke voerwinst per kg fosfaat, maar productieruimte niet volledig benut

Hoe de extensivering financieel uitpakt hebben we bepaald aan de hand van de voerwinst. Melkopbrengsten minus voerkosten is de voerwinst, waarbij de toegerekende kosten voor de productie van eigen ruwvoer ook in de voerwinst worden meegenomen. Door markteffecten uit te sluiten, zoals melk- en voerprijs dalingen/stijgingen, krijg je een zuiver vergelijkbaar voerwinst waarmee een financiële analyse van de veranderde bedrijfsvoering is te maken. De voerwinst kan worden berekend per kilogram melk, per melkkoe en per kilogram fosfaat. Per kilogram melk stijgt de voerwinst van €23,10 naar €23,94 per 100 kilogram melk.De voerwinststijging per kilogram melk is onvoldoende groot om de productiedaling per koe te compenseren, waardoor deze daalt van €2.092,- naar €2.013,-. Per kilogram fosfaat is de voerwinst gelijk in beide jaren namelijk € 44,-.

Echter, de melkproductie daling per koe kon niet worden opgevangen door meer melkkoeien te melken, omdat de uitval gelijk was aan de instroom van vaarzen. Hierdoor is 60.000 kilogram melk minder afgeleverd en is het fosfaatquotum niet volledig benut. Dit resulteerde in een daling van de voerwinst op bedrijfsniveau van 4% naar € 203.000,-.

On the way to Planet Proof

Zoals gezegd zijn markteffecten uitgeschakeld in de analyse. In de financiële vergelijking is de Planet Proof bonus van 1 cent per kilogram melk dan ook niet meegenomen. De extensivering van de bedrijfsvoering is zoals aangegeven vooral ingezet door de deelname aan Planet Proof, waarmee het kengetal % eigen eiwit als de lastigste te realiseren prestatie indicator veilig is gesteld. Ook de andere prestatie indicatoren uit de Kringloopwijzer voor de Planet Proof melkstroom voldoen aan de voorwaarden, waarmee ze ook in 2020 Planet Proof melk kunnen leveren. De uitdaging voor 2020 is de productie per koe weer om te buigen naar een productieniveau zoals in de huidige bedrijfsopzet, zodat de beschikbare productieruimte volledig wordt benut. Dit moet worden gerealiseerd met meer beweidingsuren met behoud van de stikstofefficiëntie en lage krachtvoerkosten. In een jaar met voldoende neerslag moet dit te halen zijn. Dit betekent dan dat ze met de Planet Proof melkstroom ongeveer. € 30.000 meer voerwinst kunnen realiseren.